(?)

Atmosfeer

Naast voedsel is ook de luchtlaag om de aarde belangrijk voor het in stand houden van het leven op aarde. De luchtlaag om de aarde wordt de atmosfeer genoemd.

De atmosfeer bestaat voornamelijk uit stikstof (78%), 21% uit zuurstof, 1% argon en 0.04% koolstofdioxide. Dicht bij de grond bevat lucht ook rond 1% waterdamp. 

De atmosfeer beschermt het leven op aarde als schild tegen ruimtepuin, als filter tegen gevaarlijke straling uit de ruimte en als isolatiedeken voor een leefbare temperatuur.

Zonder natuurlijk broeikaseffect zou de gemiddelde temperatuur op aarde ongeveer -18 graden zijn in plaats van 15 graden, doordat de aarde de opgevangen zonnestraling dan grotendeels terug zou kunnen stralen naar de ruimte in de vorm van infraroodstraling. De aarde zou een weinig levensvatbare ijsplaneet zijn geworden. Het natuurlijke broeikaseffect wordt in het volgende filmpje uitgelegd.

De warmte wordt dus tegengehouden door de broeikasgassen. De voornaamste natuurlijke broeikasgassen zijn koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O), waterdamp (H2O) ozon (O3). Maar door een grote toename van bepaalde broeikasgassen in de atmosfeer is het op aarde gemiddeld warmer geworden. Er is sprake van een versterkt broeikaseffect. De hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer is bijvoorbeeld sinds 1750 met 39 procent gestegen, tussen 2009 en 2010 steeg die hoeveelheid nog sneller. Nog nooit bevond zich zoveel koolstofdioxide in de atmosfeer als nu. Over de toename van dit gas en ook over andere gassen wordt meer verteld in het volgende artikel: Nog nooit zoveel broeikasgassen in onze atmosfeer.

De toename van koolstofdioxide aan de atmosfeer door de mens verstoordt de balans tussen oceaan, land en atmosfeer. Hierover wordt meer in het volgende fimpje verteld.  

Onderzoekers denken dat het versterkte broeikaseffect veroorzaakt is door het gebruik van fossiele brandstoffen. Vooral de laatste 100 jaar gebruiken we meer fossiele brandstoffen dan daarvoor. Dat komt doordat we sindsdien meer apparaten, machines en vervoersmiddelen zijn gaan gebruiken, en die werken op olie, kolen of gas.

Fossiele brandstoffen bevatten koolstofdioxide die miljoenen jaren geleden door planten is vastgelegd. Het kooldioxide kwam destijds niet vrij na sterfte van de planten, omdat bijzondere omstandigheden leidden tot opslag (fossiliseren) van het materiaal. Het oude kooldioxide ligt dus opgeslagen, maar met het gebruik van fossiele brandstoffen belandt de fossiele koolstofdioxide in de atmosfeer.

Het broeikaseffect wordt ook versterkt doordat mensen veel bomen kappen waardoor de bossen verdwijnen. Bomen gebruiken tijdens hun groei koolstofdioxide en slaan de koolstofverbindingen op in hun takken, bladeren en wortels. Dit komt weer in de lucht bij de kap of als de boom sterft en langzaam verrot. Daarnaast blijven er dus minder bomen over om de hoeveelheid koolstofdioxide te verminderen door het om te zetten in zuurstof. 

Het versterkte broeikaseffect heeft zeer grote gevolgen voor het klimaat, en daarmee ook voor al het leven op aarde. Zo vinden er nu meer extreme weerfenomenen plaats, zoals hittegolven, stortregens, overstromingen, extreme droogte, stormen enz. Deze natuurverschijnselen zorgen vaak voor veel slachtoffers.
Ook begint de lente eerder, komen er minder vriesdagen voor en is te zien dat soorten naar meer noordelijke gebieden opschuiven vanwege de mildere winters. Ook heel wat schadelijke planten en dieren kunnen zo hun verspreidingsgebied uitbreiden.
Gletsjers en poolijs
smelten, waardoor het zeewaterpeilstijgt. Uit metingen over de hele wereld blijkt dat de zeespiegel in de 20e eeuw 10 tot 20 cm is gestegen. Ongeveer de helft van de wereldbevolking leeft bij de kust. Het klimaat is er gematigd en de grond vruchtbaar door aanvoer van zoetwater en grondstoffen door rivieren die in zee uitmonden. Bij het stijgen van de zeespiegel gaat land verloren, tenzij dijken worden gebouwd en verhoogd, zoals we dat in ons land doen. Een arm land als Bangladesh kan dat niet betalen en daar zouden miljoenen mensen moeten verhuizen als de zeespiegel tientallen centimeters stijgt. 

Onderzoekers zeggen te kunnen voorspellen waar de voedselcrisis het hardst zal toeslaan. In delen van Zuid-Azië en Afrika beneden de Sahara kan de gebrekkige voedselproductie niet meer worden aangepast aan het veranderende klimaat. Dat treft honderden miljoenen mensen.

Lees hier meer over in het volgende artikel: De voedselcrisis in kaart gebracht.